De zon scheen volop die zondag in Heverlee en toen we na een korte rit voor de hagelwitte richtingswijzers, met namen van verschillende landen en het aantal kilometers daarheen halt hielden, hadden we het gevoel alsof we ergens in het buitenland waren aangekomen.
Op de binnenkoer ontmoetten we een vriendelijk zwaaiende zuster die ons de weg naar de brunchzaal wees. We voelden ons meteen welkom.
We hingen onze jassen tussen de andere jassen op overvolle kapstokken en stapten, in de ene hand een glas champagne, in de andere een chocoladekikker, de sfeervolle zaal binnen.
Er stond reeds een lange rij mensen voor het buffet aan te schuiven.
Zuster Jeanne stond aan de deur met een mand vol cadeautjes. Olifanten en andere kleurige dieren die ze aan de kinderen uitdeelde.
|
Sietse koos een groene olifant met een gouden draadje uit de mand terwijl ik een foto van het gebeuren maakte.
Door de lens van mijn fototoestel vielen mij de zachte trekken van het gelaat van de zuster op.
Haar ogen waar zowel medeleven als vastberadenheid uit sprak.
Met het sierlijk achterover-gekamde, opgestoken haar en het donkerblauwe mantelpak liet ze me met veel sympathie terug denken aan de zusters, die mij van kinds af aan op school onderwezen hadden.
Aan al de vrouwen, die onze moeders waren en al de andere mensen, die op de een of andere manier een deel van ons geluk uitmaakten...
De daarop volgende uren genoten we van de gezellige, ongedwongen stemming, en zagen zuster Jeanne, onvermoeibaar met het mandje van kind naar kind wandelen.
|
Ergens zitten om wat uit te rusten deed ze niet.
Er ging een grote warmte van haar uit en men kon, alleen maar door naar haar te kijken, merken dat men in de nabijheid van een heel bijzondere vrouw vertoefde.
Een mens in de wonderlijke zin van het woord.
Egoloos, haast niet in een omschrijving te vatten.
We bedienden ons van het feestelijk buffet en gingen met een kaasschotel en dampende kom soep aan een van de tafels zitten.
Toen de zuster naar de speelhoek van de kinderen liep ging ik naar haar toe en vroeg of ik nog een foto van haar met de kinderen en het mandje mocht nemen, omdat het zo mooi was.
‘ Natuurlijk’, zei ze enthousiast. |
Zuster Jeanne vergat op te kijken zodat haar gelaat op de foto niet goed zichtbaar is zien, maar wel een deeltje van haar wezen, dat pure liefde uitstraalde.
Ontroerd stond ik een ogenblik stil in de tijd, wenste dat alle kinderen in India en overal te wereld ooit, al was het maar voor een seconde, zo een prachtige mens zouden mogen ontmoeten...
Toen ik twee keer op de knop van mijn fototoestel had geduwd, bedankte ik haar, wenste haar veel succes en zat plots om woorden verlegen. Zuster Jeanne vroeg me nog of de twee jongens mijn kinderen waren, ik antwoordde dat het niet mijn kinderen waren maar in gedachten weerklonken haar woorden,’ het zijn allemaal onze kinderen...’
Daisy, Antwerpen
|